Hoe ziet de wereld van AI eruit in 2030? Koert van Mensvoort schetst samen met Dirma Janse alvast een hoopvol toekomstbeeld. De robot is een ecosysteem geworden en de efficiënte mens heeft plaatsgemaakt voor de spelende mens, allemaal dankzij AI.

In de jaren twintig waarschuwden futuristen voor massale overbodigheid door AI. De machine zou ons vervangen en onze autonomie afnemen. Maar rond 2030 tekent zich een andere werkelijkheid af. We zijn niet vervangen door robots; de robot is om ons heen gegroeid, Zoals een slak verbonden is met haar huis en een spin met haar web, zo raakt de mens vervlochten met een technologisch superorganisme.
Dat we dit nu als een voornamelijk positieve symbiose ervaren, is het resultaat van een zwaarbevochten transitie. We hebben de machine niet laten heersen, maar haar geclaimd als ons nieuwe speelveld.
Eeuwenlang bouwde de mens systemen om de natuur te temmen. Wegen, rioleringen, elektriciteitsnetten en metrosystemen brachten orde. We creëerden een rechtsstaat van protocollen, een zorgsysteem van vinklijsten en een voedselvoorziening die het landschap tot logistiek reduceerde. Maar er zat een addertje onder het gras: we raakten gevangen in het onderhoud van diezelfde systemen. De architect van de vrijheid werd de monteur van zijn eigen kooi; de homo faber (de makende mens) sleet zijn leven met het smeren van de raderen.
Een reden om op te staan
Rond 2030 lijkt daar verandering in te komen. Neem een doodgewone dinsdagochtend. Je wordt niet gewekt door een wekker, maar door je huis dat zich subtiel aanpast aan je biologische ritme. Terwijl systemen hun administratieve en technische onderhoud afhandelen, begint jouw spel. Onderweg naar het park koppelt het systeem je aan een ‘speler’ uit de buurt: een bewoner met een wild idee voor een collectieve binnentuin. Werk en vrije tijd zijn vervlochten.
De AI is geen scherm waar je op tuurt, maar een onzichtbare assistent die via een subtiele bril of oortje met je meekijkt. De AI rekent de technische haalbaarheid door, terwijl jij overlegt over de menselijke maat. Je voert geen data meer in, je cureert: de intuïtie dat die ene boom moet blijven staan voor de schaduw, of dat een pad nét iets breder moet voor een goed gesprek. De AI rekent, jij geeft betekenis.
In vijf stappen schetst Koert van Mensvoort zijn hoop voor 2030.
- Nu we het stuur hebben losgelaten en de AI de systemen draaiende houdt, verschuift de aandacht naar wat de Japanners ikigai noemen: een reden om ’s ochtends op te staan. Het snijvlak van waar je van houdt, wat je goed kunt, wat de wereld nodig heeft en waarvoor je wordt gewaardeerd.
- Onderweg naar het park koppelt het systeem je aan een ‘speler’ uit de buurt: een bewoner met een wild idee voor een collectieve binnentuin. Werk en vrije tijd zijn vervlochten. De AI is geen scherm waar je op tuurt, maar een onzichtbare assistent die via een subtiele bril of oortje met je meekijkt.
- Werk waarin menselijke aanwezigheid onmisbaar is, wint aan waarde. Een verpleegkundige verdient al meer dan een chirurg, en een goede ober meer dan een notaris.
- Informatie fungeert daarbij als een nieuwe olie: wie grote hoeveelheden data oppompt, betaalt de rekening.
- Nu denkkracht een goedkope nutsvoorziening is geworden, maakt de efficiënte mens plaats voor de spelende mens; de homo ludens.
Nu we het stuur hebben losgelaten en de AI de systemen draaiende houdt, verschuift de aandacht naar wat de Japanners ikigai noemen: een reden om ’s ochtends op te staan. Het snijvlak van waar je van houdt, wat je goed kunt, wat de wereld nodig heeft en waarvoor je wordt gewaardeerd. Voor de één is dat de zorg, het onderwijs of het maatschappelijk debat, voor de ander is dat juist het doorgronden en onderhouden van de systemen zelf.
Die verschuiving werkt door in de economie. Werk waarin menselijke aanwezigheid onmisbaar is, wint aan waarde. Een verpleegkundige verdient al meer dan een chirurg, en een goede ober meer dan een notaris. Niet omdat kennis niets meer waard is, maar omdat kennis overal beschikbaar is; als water uit de kraan.
Hoewel er nog geen universeel basisinkomen is ingevoerd, is menselijk werk dankzij nieuwe wetgeving nagenoeg onbelast, terwijl grondstoffen en data zwaarder worden aangeslagen. Informatie fungeert daarbij als een nieuwe olie: wie grote hoeveelheden data oppompt, betaalt de rekening. Daarmee is de nachtmerrie dat een kleine groep techmiljardairs alle rijkdom naar zich toe zou trekken, afgewend.
Hoe technischer onze omgeving, hoe groter de uitdaging om menselijk te blijven.
Scharrelmensen
De mens is de luxe geworden in een geautomatiseerde wereld. We betalen minder voor denkkracht en meer voor menskracht: voor de tuinman met passie voor bloemen, de kok met een eigen signatuur, een handgeschreven brief, of de oprechte aandacht van een sportinstructeur die geen algoritme kan simuleren.
Toch is dit geen rimpelloos paradijs. Terwijl de software van het superorganisme glanst, piept en kraakt de hardware van de oude wereld. Sensoren die de ademhaling van de stad meten – van luchtvochtigheid tot verkeersstromen – zitten vaak bevestigd op de roestende gietijzeren leidingen uit de vorige eeuw. Gouden handjes die de fysieke wereld draaiende houden, blijven goud waard. Ook ontstaat er een nieuwe sociale kloof. Tussen de sensoren door beweegt zich een groeiende groep ‘scharrelmensen’.
Zoals men ooit vasthield aan contant geld als laatste privacy-bastion, zo kiezen zij voor een radicaal onberekenbaar leven. Ze dragen kleding die gezichtsherkenning verwart en mijden de slimme routes van het algoritme. Zij weigeren een datapunt te zijn. Ze spelen hun eigen spel.

De tuinier in de machine
Nu denkkracht een goedkope nutsvoorziening is geworden, maakt de efficiënte mens plaats voor de spelende mens; de homo ludens. Onze meerwaarde schuilt in het onverwachte, in morele intuïtie en in bezieling — kwaliteiten die niet ontstaan uit optimalisatie, maar uit betrokkenheid.
In 2030 zijn we niet langer de ingenieurs van een mechanische wereld, maar de tuiniers van een technologisch ecosysteem. Hoe technischer onze omgeving wordt, hoe groter de uitdaging om menselijk te blijven. Het lijkt een grootschalig kralenspel, waarin technologie, kunst en leven met elkaar zijn verweven. De mens is daarin niet langer een hulpstuk van de machine, maar de ziel van het systeem.
De robot is geen kooi meer, maar een ecosysteem dat zichzelf onderhoudt. Blijven er uitdagingen? Altijd, want goed spelen is hard werken. En het grote spelen is eindelijk begonnen.
Het bovenstaande artikel verscheen op 24 april 2026 in NRC. De afbeeldingen gemaakt door illustrator Dirma Janse.

Comments (0)
Share your thoughts and join the technology debate!
No comments yet
Be the first to share your thoughts!