In de afgelopen decennia zijn er talloze films geweest die de strijd tussen de mensheid en zijn steeds intelligenter en autonomer wordende technologie als leidmotief nemen. Variërend van Stanley Kubricks magnifieke kunstwerk Space Oddysee 2001 (1968), dat beter omschreven kan worden als posthumanistisch dan als een nextnature-film, tot Disneys tekenfilmachtige Tron (1982), tot de Terminator-reeks (1984, 1991, 2003).
Het idee dat technologie concurrentie wordt voor de mensen die haar hebben gecreëerd, is duidelijk een dankbaar filmonderwerp. Helaas wordt het thema altijd in de toekomst geprojecteerd – op afstand van ons dagelijks leven – wat de mogelijkheid beperkt om na te denken over de co-evolutionaire staat waarin mensen en technologie al lange tijd verkeren.
Blijkbaar is dit een filmwet die moeilijk te omzeilen is, en een die regisseurs Andy en Larry Wachowski graag accepteren. Toch doen ze iets briljants. Ze hebben een filosofisch idee dat ze willen overbrengen, maar ze zijn zich ervan bewust dat hun idee moeilijk te verkopen is. Als ze het te expliciet hadden gemaakt, zou hun film een arthouse-film zijn geworden, of een enorme flop. Dus namen ze hun idee en verpakten het in een sciencefictionverhaal, in een actiegepakte blockbuster.
De subtiele premisse van The Matrix (1999) is dat de mensen die onderworpen zijn aan de machines zich niet bewust zijn van de kunstmatige intelligentie die hun leven regeert. Net als de gevangenen in Plato's Grot zijn ze blind voor de simulatie die voor hun ogen wordt getoond – een situatie die alleen maar wordt opgeschud met de komst van de in manga-stijl geklede Christusachtige redder Thomas Anderson, alias Neo, alias De Uitverkorene, gespeeld door een perfect gecaste Keanu Reeves. Postmoderniteit in overdrive? Dat doet het idee tekort.
Door hun syncretische mengeling van ingrediënten uit westerse en niet-westerse filosofie (*), kunst en religie slagen de gebroeders Wachowski erin precies te bereiken wat ze willen. Als een Trojaans paard hebben ze iets in je geest geplant, de zaad van twijfel, zelfs als je geen idee hebt dat het er is, het is er wel. Die stem achter in je hoofd die zegt dat er iets mis is. Dat gevoel dat je overhield na het zien van de film dat het niet alleen over computers en kunstmatige intelligentie ging, maar over iets anders, iets belangrijkers, iets waar je mee bekend bent maar gewoon niet de vinger op kunt leggen.
The Matrix is een filosofische film die een hele generatie heeft doordrongen, die nu anders denkt over de technologie in hun omgeving dan elke generatie voor hen. Ze zijn zich ervan bewust dat er misschien nooit een dag zal komen waarop technologie ontwaakt, bewust wordt en – beleefd of onbeleefd – zich aan ons voorstelt. Ze zijn zich ervan bewust dat dit niet wegneemt dat technologie een sterke, alomtegenwoordige kracht in ons leven is: een kracht die niet alleen door ons wordt aangedreven, maar op zijn beurt ook ons aandrijft. Wat is de Matrix, vraag je? Iets dat dichter bij de realiteit ligt dan je denkt.
https://www.youtube.com/watch?v=m8e-FF8MsqU
(*) Voorafgaand aan het begin van de opnames vereisten de gebroeders Wachowski dat de hoofdacteurs van de film drie boeken lazen: ‘Simulacra and Simulations’, van Jean Baudrillard, ‘Out of Control’ van Kevin Kelly, en 'Introducing Evolutionary Psychology' van Dylan Evans.


Comments (0)
Share your thoughts and join the technology debate!
No comments yet
Be the first to share your thoughts!