Nepheid wordt al lang geassocieerd met minderwaardigheid. Nep-Rolexen die na twee weken kapotgaan, plastic kerstbomen, lekkende siliconenborsten die kanker veroorzaken, namaakkaviaar. Zelfs de oude Grieken spraken over het fenomeen van nepheid. In de Allegorie van de Grot beschrijft Plato hoe mensen als gevangenen in een grot zitten en schaduwen op de muur bekijken, zonder zich te realiseren dat het ‘alleen maar’ voorstellingen zijn.
Vandaag de dag zijn de muren van Plato’s grot zo volgehangen met beamers, discoballen, plasmaschermen en halogeenspots dat we de schaduwen op de muur niet eens meer zien. Een stadsmeisje wast haar haar met dennenshampoo. Als ze op een dag met haar vader door het bos loopt, zegt ze: “Papa, het bos ruikt naar shampoo.” Hebben we nog wel echte ervaringen, of leven we in een wereld van schijn?
Moderne denkers zijn het erover eens dat we door de gelaagdheid van simulaties in onze samenleving de realiteit niet meer kunnen herkennen. In De samenleving van het schouwspel legt Guy Debord uit hoe alles wat we ooit direct ervoeren, in onze hedendaagse wereld is vervangen door voorstellingen. Een andere Fransman, Jean Baudrillard, stelt dat we in een wereld leven waarin simulaties en imitaties van de realiteit echter zijn geworden dan de realiteit zelf. Hij noemt deze toestand “hyperrealiteit”: de authentieke nep.
In de zomer skiën we binnen; in de winter spuiten we sneeuw op de pistes. Plastisch chirurgen boetseren vlees om te passen bij geretoucheerde foto’s in glossy tijdschriften. Mensen drinken sportdrankjes met niet-bestaande smaken zoals “wilde ijssmaakbes”. We voeren oorlog via videoschermen. Vogels imiteren mobiele telefoonringtones.
Je kunt zeker niet alles geloven wat je ziet. Tegelijkertijd gelden beelden nog steeds als het ultieme bewijs. Zijn we echt op de maan geland? Weet je dat zeker? Hoe is dat gebeurd? Of was het misschien een staaltje Hollywoodmagie? Zijn we er zeker van dat het Monster van Loch Ness niet bestaat? Mensen zijn tenslotte uiterst visuele dieren. Van grotschilderingen tot computers hebben beelden ons geholpen de wereld om ons heen te beschrijven, te analyseren en te ordenen. We bepalen wat “echt” is niet alleen individueel, maar vooral collectief, sociaal en cultureel.
Beelden zijn vaak echter dan echt. Tegenwoordig is de mediaproductie zo sterk toegenomen dat simulaties vaak invloedrijker, bevredigender en betekenisvoller zijn dan de dingen die ze simuleren. We consumeren illusies. Beelden zijn onderdeel geworden van de cyclus waarin betekenissen worden bepaald. Ze hebben invloed op onze economie, onze oordelen en onze identiteiten. Zonder beelden: geen realiteit.
Een verontrustende gedachte, of oud nieuws? In tegenstelling tot Plato geloofde zijn leerling Aristoteles dat imitatie een natuurlijk onderdeel van het leven was. De realiteit bereikt ons via imitatie (Aristoteles noemt het mimesis): zo leren we de wereld kennen. Planten en dieren gebruiken ook vermommingen en misleidende uiterlijkheden om hun overlevingskansen te vergroten (denk aan de wandelende tak, een insect dat op een twijg lijkt). Echt of nep? Echter dan echt? Nepper dan nep? Jij mag het beoordelen. Het hangt vaak af van je referentiekader.
Door Koert van Mensvoort, gepubliceerd in het FAKE FOR REAL GEHEUGENSPEL, ISBN 978-90-63-69-177-6, All-Media / BIS 2008

Comments (0)
Share your thoughts and join the technology debate!
No comments yet
Be the first to share your thoughts!